Wat u moet weten over de aankomende EU-batterijenverordening

De EU-batterijenverordeningen veranderen de manier waarop fabrikanten batterijen sourcen, labelen, toepassen en recyclen. Hier vindt u een overzicht van de reglementswijzigingen en wat u kunt verwachten.

Wat u moet weten over de aankomende EU-batterijenverordening

In december 2020 heeft de Europese Commissie een voorstel gepubliceerd voor een nieuw regelgevend kader voor batterijen die worden geproduceerd, gedistribueerd en/of verkocht binnen de EU. Dit voorstel maakte deel uit van ingrijpende beleidsinitiatieven die met de Europese Green Deal zijn geïntroduceerd om de manier waarop batterijen worden ingekocht, geproduceerd, gebruikt, gerecycled en hergebruikt in de 27 EU-lidstaten te transformeren. Deze nieuwe wetgeving, de Batterijenverordening, is afgelopen augustus in werking getreden. De wet bevat onder andere nieuwe eisen voor etikettering, gevaarlijke stoffen, due diligence en eindelevensduurbeheer. Hoewel de verordening in 2023 in werking is getreden, zullen onderdelen ervan gefaseerd worden ingevoerd gedurende de rest van dit decennium. 

Waarom de EU-batterijenverordening wordt geïmplementeerd

Het is niet moeilijk te begrijpen waarom de Batterijenverordening tot stand is gekomen. Europa ondergaat een enorme transitie naar een meer circulaire economie, met als speerpunt het streven naar klimaatneutraliteit. Batterijen spelen hierin een cruciale rol – en hun betekenis wordt alleen maar groter naarmate ze verder worden geïntegreerd in ons dagelijks leven. 

De toenemende elektrificatie van de transport-, bouw- en industriesectoren vereist een aanzienlijke opschaling van de productie van diverse belangrijke batterijtypen. Ter illustratie: de Europese Commissie schat dat de wereldwijde vraag naar batterijen tegen 2030 veertien keer zo groot kan zijn als nu. 

De Batterijenverordening is daarom vooral een anticiperende maatregel. Hiermee zorgt de EU ervoor dat de lidstaten een veilige en duurzame overgang kunnen maken naar een toekomst waarin batterijen centraal staan. De Europese Commissie vat de ambitie van de nieuwe wet treffend samen: de bepalingen moeten "ervoor zorgen dat batterijen in de toekomst een lage CO2-voetafdruk hebben, minimale schadelijke stoffen bevatten, minder grondstoffen uit niet-EU-landen nodig hebben en in Europa in hoge mate worden ingezameld, hergebruikt en gerecycled."

Hieronder wordt besproken hoe deze nieuwe wetgeving de batterijproductie zal vormgeven. 

Nieuwe batterijclassificaties volgens de batterijenverordening

De eenvoudigste ingang is hoe batterijen nu geclassificeerd worden in de nieuwe EU-wetgeving. Er zijn nu vijf duidelijke batterijcategorieën. De eerste drie – draagbare batterijen, industriële batterijen en start-, licht- en ontstekingsbatterijen (SLI) – bestonden ook al in de voorloper van de Batterijenverordening, de EU-batterijrichtlijn. Daar komen twee nieuwe categorieën bij: elektrische voertuigen (EV) batterijen en light means of transport (LMT) batterijen, die onder meer elektrische fietsen, e-scooters en vergelijkbare lichte elektrische voertuigen aandrijven. 

Deze categorieën zijn meer dan alleen een manier van indelen, omdat de specifieke regels uit de nieuwe EU-batterijwet elke groep op eigen wijze beïnvloeden. 

Introductie van de CO2-voetafdrukverklaring

In de geest van de richtlijn om een duurzamere, circulaire batterij-industrie te stimuleren, is een van de belangrijkste nieuwe regels de introductie van de CO2-voetafdrukverklaring. De CO2-voetafdrukverklaring verplicht fabrikanten om de koolstofuitstoot gedurende de volledige levenscyclus (met uitzondering van de gebruiksfase) per batterijmodel én productielocatie te rapporteren. Dit geldt voor elektrische voertuigbatterijen, LMT-batterijen en oplaadbare industriële batterijen met een capaciteit van meer dan 2 kWh. Deze verplichting gaat in vanaf 2025. 

De Europese Commissie zal daarnaast zogenoemde CO2-voetafdruk-"prestatieklassen" gaan vaststellen. Zodra deze klassen zijn bepaald, moeten bedrijven bij iedere relevante batterij een label toevoegen dat aangeeft tot welke prestatieklasse deze behoort binnen de eisen van de CO2-voetafdrukverklaring. 

Extra nadruk op de beperking van gevaarlijke stoffen 

Naast het beperken van de CO2-voetafdruk richt de nieuwe EU-batterijwet zich ook op het veilig gebruik van stoffen in de industrie, zodat er geen directe risico’s voor de volksgezondheid ontstaan. Daarom legt de wet diverse limieten op aan potentieel gevaarlijke stoffen. 

Momenteel omvatten de beperkingen kwik, cadmium en lood. Deze lijst kan echter in de toekomst worden uitgebreid. Volgens de Europese Commissie zullen "stoffen van zorg die in batterijen worden gebruikt, regelmatig worden herzien."

De EU-batterijenverordening en het digitaal batterijpaspoort 

De EU zal uiteindelijk vereisen dat een digital product passport (DPP) wordt gekoppeld aan producten in circa 30 verschillende categorieën. De eerste categorie waarbij deze DPP-verplichting geldt, zijn batterijen. Concreet betreft dit EV-batterijen, LMT-batterijen en oplaadbare industriële batterijen met een capaciteit groter dan 2 kWh. Uiterlijk februari 2027 moeten deze batterijtypen voorzien zijn van paspoorten in de vorm van QR-codes, die door iedereen gescand kunnen worden om essentiële informatie over de productie en productspecificaties in te zien.

Wat moet er precies in deze Europese batterijpaspoorten worden opgenomen? Ten eerste moeten ze algemene kenmerken bevatten die het specifieke model van de batterij, de naam van de fabrikant en de locatie van de productiefaciliteit communiceren. Daarnaast moeten deze paspoorten data en statistieken bevatten over de prestaties, duurzaamheid en chemische samenstelling van de batterij. Ook moet worden toegelicht op welke wijze deze gegevens zijn verkregen. 

Een van de belangrijkste doelen van deze digitale gegevensbronnen is om consumenten de mogelijkheid te bieden om "onder de motorkap te kijken" bij diverse batterijen op de markt, zodat zij snel inzicht krijgen in herkomst, kwaliteit en batterijlevenscyclus. Zoals het Europees Parlement en de Raad van de EU stellen: "batterijen moeten worden voorzien van een label om eindgebruikers transparante, betrouwbare en duidelijke informatie te verschaffen over batterijen en afgedankte batterijen." Deze paspoorten bieden Europese consumenten dus een universele vergelijkingsbasis bij de aanschaf van batterijen uit deze categorieën. 

Voor een industrie en markt die de komende vijf jaar exponentieel zal groeien, zijn dit essentiële maatregelen om transparantie voor alle stakeholders te bevorderen en een nieuwe mate van verantwoordelijkheid in de hele toeleveringsketen te realiseren. 

CE-markeringen voor batterijen 

De CE-markering is sinds 1993 verplicht voor zo’n twee dozijn productcategorieën binnen Europa. Met de nieuwe Batterijenverordening worden nu alle vijf bovengenoemde batterijcategorieën (draagbaar, industrieel, EV, LMT en SLI) aan deze lijst toegevoegd. Batterijen onderdeel maken van de CE-markeringseisen betekent dat fabrikanten wettelijk verplicht zijn een CE-conformiteitsbeoordeling uit te voeren, waarmee aan tal van eisen moet worden voldaan. Deze eisen variëren per classificatie van de batterij en betreffen onder meer gegevens over het gebruikte aandeel gerecyclede materialen en een battery management system (BMS) voor monitoring van de batterijconditie en levensduur.

Gerelateerd artikel: Wat verandert er voor CE-markeringen met de EU-batterijenverordening van 2023?

Het is bovendien belangrijk opnieuw te benadrukken dat batterijfabrikanten verplicht zijn een notified body in te schakelen om de CE-conformiteit te beoordelen voor het grootste deel van de batterijklassen. Alleen producenten van draagbare batterijen en industriële batterijen met een capaciteit van minder dan 2 kWh mogen zelfcertificering toepassen. 

Supply chain-due-diligencebeleid

Veel mensen associëren duurzaamheid met de invoering van strategieën die de CO2-uitstoot minimaliseren en milieuschade beperken. Maar het begrip omvat ook het opbouwen van een toeleveringsketen zonder conflict, uitbuiting, dwangarbeid of mensenrechtenschendingen. In deze context betekent het toepassen van due diligence dat u integraal onderzoek doet naar en risicobeheersmaatregelen neemt binnen uw toeleveringsketen, zodat negatieve impact door productie of sourcing wordt herkend en aangepakt. Volgens het Europees Parlement en de Raad van de EU kunnen risicobeperkende maatregelen bijvoorbeeld bestaan uit "het opvragen van extra informatie, het aangaan van overleg met het oog op verbetering van de situatie, of het (tijdelijk) opschorten of beëindigen van samenwerking met leveranciers, in overeenstemming met nationale en internationale wet- en regelgeving." 

Ter ondersteuning van deze duurzaamheidsdoelen stelt de EU-batterijenverordening nieuwe due diligence-eisen aan batterijfabrikanten en importeurs met een netto-omzet van ten minste 40 miljoen EUR (bedrijven onder deze drempel zijn vrijgesteld). Deze nieuwe verplichtingen zijn gericht op de winning en verwerking van specifieke grondstoffen voor batterijproductie. Materialen die volgens de Europese Commissie hieronder vallen zijn onder meer kobalt, natuurgraphiet, lithium en nikkel. 

Nieuwe due diligence-vereisten volgens de EU-batterijenverordening

Bedrijven die voldoen aan de minimumomzet en grondstoffen sourcen voor hun batterijen – in het bijzonder een of meer van bovengenoemde vier materialen – moeten de volgende due diligence-maatregelen implementeren:

  • Een due diligence-beleid aannemen gebaseerd op internationale standaarden en dit beleid actief communiceren richting leveranciers.
  • Een beheersysteem opzetten en uitvoeren dat sociale en milieurisico's in de toeleveringsketen identificeert en beoordeelt. (Deze risico's staan in detail beschreven in bijlage X van de Batterijenverordening.)
  • Specifieke strategieën ontwikkelen om dergelijke risico's te beheersen en op te lossen. 

Ten slotte eist de EU-batterijenverordening dat deze due diligence-verplichtingen worden beoordeeld en goedgekeurd via onafhankelijke verificatie door derden. Deze beoordeling moet worden uitgevoerd door een notified body (instellingen die door hun EU-lidstaat zijn aangewezen voor het uitvoeren van conformiteitsbeoordelingen). De due diligence-verplichtingen worden vanaf augustus 2025 verplicht voor batterijfabrikanten en leveranciers binnen de EU. 

Vereisten voor verwijderbaarheid en vervangbaarheid van batterijen

De nieuwe EU-batterijrichtlijn introduceert ook eisen voor de verwijderbaarheid en vervangbaarheid van bepaalde batterijen. Concreet moeten bedrijven die apparaten op de markt brengen waarin draagbare batterijen worden gebruikt, ervoor zorgen dat deze batterijen eenvoudig "verwijderbaar en vervangbaar" zijn door de eindgebruiker (de consument). Daarnaast moeten producten die gebruikmaken van LMT-batterijen zo zijn ontworpen dat deze batterijen, evenals afzonderlijke batterijcellen, kunnen worden vervangen door een onafhankelijke professional. 

Deze regels voor verwijderbaarheid en vervangbaarheid treden pas in werking in 2027, zodat fabrikanten enkele jaren hebben om hun producten hierop aan te passen. 

Batterijrecycling en eindelevensduurbeheer 

Een centraal doel van de Batterijenverordening, en de Europese Green Deal als geheel, is het realiseren van een meer circulaire economie. Dit betekent dat recyclen en hergebruik worden bevorderd, met gelijktijdige vermindering van praktijken die bijdragen aan de afvalberg die onze samenleving al decennialang kenmerkt. Een belangrijk instrument daarbij is extended producer responsibility (EPR). EPR is een milieubeleidsmaatregel die producenten verantwoordelijk stelt voor de volledige levenscyclus van hun producten, inclusief verwijdering van afval, inzameling, recycling en hergebruik. 

In de context van de EU-batterijwet houdt EPR in dat fabrikanten verantwoordelijk zijn voor de inzameling van afgedankte batterijen die anders op stortplaatsen of andere afvalverwerkende locaties zouden eindigen, én voor het gebruik van verplichte minima aan gerecycled materiaal in hun batterijproductie. De inzameldoelstellingen, die oplopen gedurende het decennium, gelden voor draagbare batterijen en LMT-batterijen:

  • Voor afgedankte draagbare batterijen geldt een inzameldoelstelling van 63 procent eind 2027 en 73 procent eind 2030. 
  • Voor afgedankte LMT-batterijen: 51 procent eind 2028 en 61 procent eind 2031. 

Bovendien moeten producenten voldoen aan verplichte minimumniveaus voor gerecycled materiaal in industriële batterijen, SLI-batterijen en EV-batterijen:

  • 16 procent voor kobalt 
  • 85 procent voor lood
  • 6 procent voor zowel lithium als nikkel

Om aan te tonen dat men voldoet aan de EPR-regels, moeten fabrikanten documentatie over het gerecyclede materiaal voor iedere geproduceerde batterij aanleveren. 

Slotgedachten over de EU-batterijenverordening 

Als de 27 EU-lidstaten serieus werk willen maken van het transformeren van hun gezamenlijke economie naar elektrificatie en circulariteit, met het doel om tegen het midden van deze eeuw CO2-neutraliteit te bereiken, is de rol van de besproken batterijcategorieën van essentieel belang. Gezien de vrijwel zekere, substantiële toename in vraag naar deze batterijen in de komende jaren en decennia, handelt de EU verstandig en vooruitziend door haar regelgevend kader voor deze kritieke schakels van een duurzame toekomst ingrijpend te herzien. 

Voor bedrijven die batterijen produceren en op de markt brengen in de EU – en tevens voor de talloze ondernemingen die elektrische voertuigen, e-bikes en andere batterijafhankelijke technologieën produceren – biedt de meerjarige uitrol van de Batterijenverordening een goede kans om bedrijfsvoering naar een nieuw tijdperk te brengen. Deze periode vereist meer verantwoordelijkheid en transparantie van alle stakeholders; een toewijding aan het verzamelen, bewaren en communiceren van data; en een integraal plan om te voldoen aan de steeds hogere EPR-eisen. Strategieën en platforms die organisaties ondersteunen bij verbetering van supply chain management (SCM) en inzicht, zullen een onmisbaar onderdeel zijn van het aanpassingsproces. 

De overvloed aan nieuwe regels en eisen zal het speelveld in de batterij-industrie ingrijpend veranderen. Bedrijven die niet zijn voorbereid of onvoldoende in staat zijn om zich snel aan de nieuwe richtlijnen aan te passen, zullen marktaandeel verliezen en de groei in het segment mislopen. Organisaties die hun data kunnen bundelen en benutten, hun interne circulariteitsprocessen optimaliseren en anticiperen op de impact van digitale batterijpaspoorten op de relatie tussen consument en bedrijf, zullen daarentegen opereren met een aanzienlijk concurrentievoordeel.