Jaarafsluiting: belangrijkste regelgeving van 2023

Wij geven een overzicht van de belangrijkste regelgeving die in 2023 is ingevoerd of voorgesteld en die fabrikanten in de toekomst zal beïnvloeden.

Jaarafsluiting: belangrijkste regelgeving van 2023

Het jaar 2022 was een mijlpaal voor regelgeving rondom de toeleveringsketen van halfgeleiders. In oktober stelde het Bureau of Industry and Security van de VS een uitgebreid en grotendeels ongekend pakket exportbeperkingen in op halfgeleidertechnologie en productieapparatuur bestemd voor de Volksrepubliek China (PRC). Hoewel 2023 geen vergelijkbare, historisch ingrijpende regelgeving kende – er werden echter wel aanzienlijke wijzigingen aangebracht in die regels uit 2022 – zijn er toch meerdere betekenisvolle nieuwe wetten en richtlijnen in werking getreden of voor het eerst onder de aandacht van het brede publiek gebracht. 

Hieronder vindt u een overzicht van de regelgeving die de afgelopen 12 maanden de meeste indruk maakte op professionals in de halfgeleider supply chain. 

1. Regelgeving: EU-batterijenverordening 

Datum van inwerkingtreding: augustus 2023

Landen waarop van toepassing: de 27 lidstaten van de Europese Unie 

Wat de regelgeving omvat: De EU-batterijenverordening, oorspronkelijk voorgesteld door de Europese Commissie in december 2020, maakt deel uit van het ambitieuze pakket van de European Green Deal. 

Zoals we in ons artikel over de EU-batterijenverordening al aangaven, heeft de Europese Commissie deze regelgeving aangenomen om de CO₂-voetafdruk van batterijen te minimaliseren, de afhankelijkheid van giftige stoffen te verminderen en recyclage- en hergebruiknormen te hanteren in lijn met de ambitie van de EU richting een meer circulaire economie. 

Om dat te bereiken, legt de verordening diverse nieuwe juridische verplichtingen op aan batterijfabrikanten. Onder andere gaat het om een verklaring CO₂-voetafdruk, eisen voor CE-markering, due diligence-beleidsmaatregelen en doelen voor eindelevensduurbeheer, bekend als de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (EPR). De CO₂-voetafdrukverklaring, die geldt voor batterijen voor elektrische voertuigen, LMT-batterijen en oplaadbare industriële batterijen met een capaciteit van meer dan 2 kWh, vereist dat fabrikanten per batterymodel en productielocatie de volledige CO₂-uitstoot over de levenscyclus rapporteren (met uitzondering van de gebruiksfase). 

De EU-batterijenverordening voegt daarnaast vijf batterijenklassen toe aan de lijst van EU-producten waarvoor een CE-markering verplicht is. Dit betreft draagbare batterijen, industriële batterijen, EV, LMT en SLI. Door de al bestaande eisen voor CE-markering dienen fabrikanten van deze vijf typen nu een CE-conformiteitsbeoordeling uit te voeren. De precieze eisen voor deze beoordeling verschillen per batterijtype, maar omvatten in de regel rapportage over het gerecycled materiaal in de batterij én het opzetten van een battery management system (BMS) dat de gezondheid en levensduur van de batterij monitort. 

Verder introduceert de EU-batterijenverordening nieuwe due diligence-eisen voor batterijfabrikanten en -importeurs met een netto-omzet van minstens 40 miljoen euro. Ondernemingen die boven deze drempel uitkomen en specifieke grondstoffen (vooral kobalt, lithium, nikkel, natuurlijke grafiet) inkopen, moeten een due diligence-beleid volgens internationale standaarden voeren en een risicobeheersysteem implementeren dat sociale en milieugerelateerde bedreigingen in hun toeleveringsketen identificeert. 

Tot slot voert de nieuwe verordening de “uitgebreide producentenverantwoordelijkheid” (EPR) in. EPR houdt twee verplichte eisen in voor fabriekanten: het voldoen aan minimumeisen voor het gerecyclede gehalte in hun batterijen én het inzamelen van een bepaald percentage afgedankte batterijen (om deze uit het afvalcircuit te houden). 

2. Regelgeving: door ECHA voorgesteld verbod op PFAS

Datum van inwerkingtreding: Het voorstel werd gepubliceerd in februari, met ingang na 18 maanden of via een gefaseerde uitrol. 

Landen waarop van toepassing: de 27 lidstaten van de Europese Unie 

Wat de regelgeving omvat: In februari publiceerde het Europees Agentschap voor Chemische Stoffen (ECHA) een voorstel voor een verbod op duizenden per- en polyfluoralkylstoffen (PFAS). Dit voorstel werd ingediend door nationale autoriteiten uit Zweden, Denemarken, Noorwegen, Duitsland en Nederland. 

De voorgestelde beperkingen beogen een verbod op ruim 10.000 PFAS (momenteel zijn er circa 15.000). De ECHA stelde twee mogelijke trajecten voor om deze beperkingen in te voeren. In het eerste wordt een totaalverbod van kracht na een overgangsperiode van 18 maanden. Het tweede traject is logistiek complexer: daarin geldt een gefaseerde aanpak met specifieke, tijdelijke uitzonderingen voor bepaalde toepassingen. Daarnaast zijn volgens dit model in uitzonderlijke gevallen onbeperkte vrijstellingen mogelijk. 

De ECHA stelde het voorstel voor een zes maanden durende openbare consultatie open van 22 maart tot 25 september. Zoals eerder door ons uiteengezet, leverde deze periode zo'n 5.600 publieke reacties op, waaronder die van 4.400 bedrijven, particulieren en organisaties. In veel van deze gevallen uitten professionals hun zorgen over de impact van het voorgestelde verbod op hun productieprocessen. 

Nu de consultatieperiode formeel is afgesloten, komen twee ECHA-comités bijeen om de opmerkingen te beoordelen en hun eindoordeel te geven. Het Risk Assessment Committee (RAC) bepaalt of het voorstel geschikt is om de risico’s voor mens en milieu terug te dringen; het Socio-Economic Analysis Committee (SEAC) beoordeelt de potentiële sociaaleconomische consequenties van de beperkingen. Zodra de adviezen definitief zijn en worden aangeboden aan de Europese Commissie, nemen de ECHA en de EU-lidstaten een definitief besluit over het verbod. 

3. Regelgeving: Duitse Supply Chain Due Diligence Act (SCDDA)

Datum van inwerkingtreding: De eerste fase is ingegaan op 1 januari 2023. De tweede fase volgt op 1 januari 2024. 

Landen waarop van toepassing: Duitsland

Wat de regelgeving omvat: Het meest logische beginpunt is het toepassingsbereik van de regelgeving, waarna wordt ingegaan op de gevolgen voor ondernemingen binnen dat bereik. Vanaf 1 januari van dit jaar moeten alle bedrijven met hun hoofdkantoor, hoofdvestiging, administratief centrum, statutaire zetel of filiaal in Duitsland én minstens 3.000 medewerkers in Duitsland, voldoen aan de SCDDA. Per 1 januari 2024 wordt de drempel verlaagd naar 1.000 medewerkers in Duitsland. (Op 1 januari 2023 vielen circa 600 bedrijven onder de reikwijdte van de wet; in 2024 zijn dat bijna 3.000 bedrijven.)

De Duitse Supply Chain Due Diligence Act stelt een aantal specifieke due diligence-verplichtingen vast voor onder deze wet vallende ondernemingen. Volgens het Duitse Federale Ministerie van Arbeid en Sociale Zaken is de wet gebaseerd op 11 internationaal erkende mensenrechtenverdragen, die “gebruikt worden om handelsvereisten of verboden voor te schrijven om overtreding van beschermde rechtsposities te voorkomen”. Deze mensenrechtenverdragen behandelen onder meer slavernij en kinderarbeid, arbeidsveiligheid en -omstandigheden, toegang tot voedsel en water, en loonongelijkheid.

Om de bescherming van deze 11 mensenrechten onder de Duitse Supply Chain Due Diligence Act te waarborgen, dienen ondernemingen acht verplichtingen na te leven. Deze omvatten:

  1. De implementatie van een risicomanagementsysteem dat waarborgt dat wordt voldaan aan de due diligence-verplichtingen en “geïntegreerd is in alle relevante bedrijfsprocessen.” 
  2. Het aanwijzen van een mensenrechtenfunctionaris of ander personeel dat verantwoordelijk is voor toezicht op het risicomanagementsysteem. 
  3. Het uitvoeren van een jaarlijkse risicoanalyse van de eigen bedrijfsvoering en die van directe leveranciers, om potentiële overtredingen van beschermde mensenrechtengebieden te onderzoeken. Extra analyses zijn vereist als het bedrijf grote wijzigingen in de toeleveringsketen en daarmee toegenomen risico’s voorziet. 
  4. Het opstellen van een beleidsverklaring waarin risicomanagementprocedures, onderkende risico’s uit de risicoanalyse en verwachtingen van werknemers en leveranciers worden vastgelegd. 
  5. Het nemen van preventieve maatregelen indien en zodra een specifiek risico in de eigen bedrijfsvoering of die van directe leveranciers wordt vastgesteld. 
  6. Het uitvoeren van corrigerende maatregelen als blijkt dat een van de beschermde mensenrechten wordt geschonden of een schending dreigt. 
  7. Het inrichten van een klachtenprocedure die medewerkers in staat stelt klachten in te dienen bij geconstateerde risico’s of schendingen. 
  8. Het voeren van voortdurende documentatie en rapportage over de naleving van de due diligence-verplichtingen. Deze documentatie wordt gebundeld in een jaarverslag dat moet worden ingediend bij het Duitse Federale Bureau voor Economische Zaken en Exportcontrole (BAFA) en publiek toegankelijk op de bedrijfswebsite.

Ondernemingen die niet aan deze due diligence-verplichtingen voldoen, riskeren juridische boetes van de Duitse overheid. Deze boetes kunnen oplopen tot maximaal 8 miljoen euro of 2% van de wereldwijde jaaromzet. 

4. Regelgeving: Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CS3D)

Datum van inwerkingtreding: De richtlijn werd aanvankelijk voorgesteld door de Europese Commissie in februari 2022. Op 14 december van dit jaar bereikten het Europees Parlement en de Raad van de EU een voorlopig akkoord over de tekst van de verordening. 

Landen waarop van toepassing: de 27 lidstaten van de Europese Unie

Wat de regelgeving omvat: De Corporate Sustainability Due Diligence Directive vertoont overeenkomsten met de Duitse Supply Chain Due Diligence Act, maar bevat essentiële verschillen in specifieke verplichtingen. Het toepassingsbereik van CS3D, waarover lang is onderhandeld, is zorgvuldig geformuleerd en omvat verschillende groepen. De voornaamste getroffen entiteiten zijn bedrijven opgericht in de EU met meer dan 500 medewerkers en een wereldwijde omzet van meer dan 150 miljoen euro, en niet-EU-bedrijven met minstens 150 miljoen euro omzet in de Europese Unie. 

De Corporate Sustainability Due Diligence Directive richt zich op twee hoofdverplichtingen:

  • Due diligence-beleid voor mensenrechten en milieu: Bedrijven binnen de scope van CS3D moeten maatregelen nemen om nadelige gevolgen van hun eigen bedrijfsvoering en die van hun toeleveranciers voor mensenrechten en milieu te beëindigen, voorkomen, beperken en hierover verantwoording afleggen. De Europese Commissie licht toe dat de kern is: identificatie, beëindiging, voorkoming, mitigatie en verantwoording over deze negatieve effecten. Specifieke onderwerpen zijn onder meer slavernij, arbeidsuitbuiting, ontbossing en vervuiling. 
  • Klimattransitieplan: CS3D verlangt daarnaast van bepaalde grote bedrijven het ontwikkelen en implementeren van een klimaattransitieplan. Dit plan moet een raamwerk bieden voor het terugdringen van de CO₂-uitstoot, in lijn met het Parijsakkoord en diens temperatuurdoelstellingen. 

Na het voorlopige akkoord in december moeten het Europees Parlement en de Raad van de EU de Corporate Sustainability Due Diligence Directive officieel bekrachtigen, aannemen en ondertekenen. De verwachting is dat dit in de eerste helft van 2024 gebeurt. Daarna hebben EU-lidstaten twee jaar om de richtlijn om te zetten in nationale wetgeving. Door deze verlengde implementatieperiode verwachten experts dat bedrijven hun CS3D-verplichtingen vermoedelijk niet vóór 2027 hoeven na te komen. 

5. Regelgeving: geüpdatete exportbeperkingen van Bureau of Industry and Security voor China 

Datum van inwerkingtreding: De oorspronkelijke Amerikaanse exportbeperkingen gericht op de Volksrepubliek China (PRC) werden ingevoerd op 7 oktober 2022. Updates zijn in werking getreden op 17 oktober 2023. 

Landen waarop van toepassing: de VS, China, Macau en, in mindere mate, 43 andere landen in het Midden-Oosten, Afrika en Azië. 

Wat de regelgeving omvat: Zoals wij onlangs bespraken in het kader van de handelsstrijd tussen de VS en China, richten de updates uit 2023 voor de exportbeperkingen zich op drie hoofdpunten. Allereerst worden de criteria aangepast voor welke chips onder de beperkingen vallen, gebaseerd op total processing performance (TPP) en prestatiedichtheid. Vervolgens wordt de lijst van gereguleerde semiconductor manufacturing equipment (SME) aanzienlijk uitgebreid. Tot slot voegen de nieuwe regels 13 Chinese bedrijven toe aan de U.S. Entity List. 

Dit overzicht van de meest opvallende en relevante regelgeving in 2023 is niet uitputtend bedoeld. Het biedt een momentopname van de beperkingen, verboden en richtlijnen — voorgesteld, van kracht of in afwachting — die het zwaarst wogen voor de halfgeleiderindustrie in 2023. 

Voor een scherpe analyse is het niet nodig om twee hoofdthema’s te onderkennen in deze regelgeving. Enerzijds is er de voortdurende handelsoorlog tussen de VS en China. Anderzijds zijn er de vele EU-richtlijnen die mensenwelzijn en milieu vooropstellen via strengere eisen aan bedrijven in de regio. Het is uiteraard nog veel te vroeg om te zeggen hoe het regelgevingslandschap in 2024 eruit zal zien. Wel is het aannemelijk dat deze beide diepgewortelde ontwikkelingen – ieder op hun eigen manier illustratief voor het heden en de toekomst van technologie en industrie – ook in de komende jaren het opereren van organisaties binnen de halfgeleider supply chain-zal blijven bepalen.