Maleisië, een Zuidoost-Aziatisch land bestaande uit twee afzonderlijke regio’s gescheiden door de Zuid-Chinese Zee, heeft de afgelopen halve eeuw een ingrijpende economische transformatie doorgemaakt. Als agrarische economie die tot in de jaren 70 vooral grondstoffen zoals rubber en tin exporteerde, maakte Maleisië in de jaren 80 en 90 een versneld industrialisatieproces door, werd het handelsprofiel gediversifieerd en ontstond een steeds robuustere industriële basis. De Wereldbank omschreef dit als "opmerkelijke groei die het land binnen één generatie van een lage naar een hogere middeninkomensstatus tilde".
Tegenwoordig wordt het bbp van Maleisië aangedreven door een mix van aanzienlijke exporten — waaronder palmolie, aardgas en hardhout — een bloeiende toerismesector en de opkomende rol van het land als belangrijke speler in de wereldwijde elektronica-industrie. De grootste steden van het land, waaronder Kuala Lumpur, George Town en Johor Bahru, zijn centra van grootschalige productie van elektronische apparaten en componenten, kennen een sterke automotivesector en hebben een opvallende positie binnen het mondiale ecosysteem van halfgeleiderproductie.